0641543070 mail@freddaane.nl

Gisteren schreef ik in mijn blog Kunnen we in Zutphen schroeven met moeren maken en verpakken dat Laura Brussel bezocht aan de vooravond van de aanslagen op 22 maart. Vanmorgen bracht ik haar naar het station waar ze de intercty naar Arnhem nam om daar over te stappen op de internationale trein naar Frankfurt am Main. Daar ontmoet ze de komende dagen haar Italiaanse, Litouwense, Duitse en Oostenrijkse collega’s waarmee ze werkt in het Europese project Active 80+.
De afgelopen dagen zat Laura vooral gebogen over haar MacBook en had weinig oog voor haar omgeving: de Kunst van het afraffelen verstaat ze niet; vanmorgen stond ze vroeg op: de uitnodigingen voor een bijeenkomst in het Akousticum in Ede moesten de deur uit; op de valreep dronk ze een snelle espresso met schoondochter Inger.
Wat moet een reiziger zonder Hanzebollen van Van Rooijen, dacht ik, klom op mijn fiets en nam de lange route over de Zaad- en Houtmarkt naar mijn favoriete bakker. Bijna €4,00 armer, maar zes bollen rijker reed in terug door de Rode Torenstraat. Voor ik op mijn fiets sprong was ik vergeten Laura gedag te zeggen. Ik, die zo vaak zeg: vergeet nooit je lief gedag te zeggen; misschien wacht je op je weg een ongeluk, misschien wordt je lief tijdens je afwezigheid met gillende sirenes weggebracht. Ik beging die doodzonde. Twee weken na de aanslagen in Brussel, twee weken nadat Laura’s collega uit Riga tien minuten nadat de bom afging aankwam op Zavethem.
Mij overkwam onderweg niets en toen ik mijn huis aan de Proostdijsteeg weer binnenliep legde Laura de allerlaatste hand aan haar uitnodiging. Toen ik haar zag dacht ik: straks sta ik met jou op het perron, straks omhels ik je.
Het liep anders.
Mijn rug ging eraan en ik kon niet veel meer dan Laura in de auto naar het station brengen. Bij onze auto namen we afscheid. Ze moest zelf haar koffer uit de auto tillen. Ik heb haar nagekeken tot ze het stationsgebouw binnenliep. Ik was blij dat ze zich omdraaide en naar me lachte.