0641543070 mail@freddaane.nl
Boekhouder in Panama

Boekhouder in Panama

Hij begon bij BV De Uitkomst. Mettertijd ontdekte hij de schoonheid van het dubbel boekhouden: het vastleggen van de bewegingen van stroomgrootheden via winst- en verliesrekeningen om die tot stilstand te laten komen in de voorraadgrootheden van de balansposten. Dubbel boekhouden, de Fransen noemden het tenir la comptabilité en partie double en onderhielden er de permanence de l‘inventaire et des profits et des pertes mee, daarmee getuigend van een muzikaliteit waaraan het Hollanders ontbrak. Dit mooie vak namen ze hem een jaar of wat geleden af. Hij moest gaan denken in tabellen en doorsneden van tabellen die hij met behulp van een computer te lijf moest met een querylanguage om de antwoorden te vinden op vragen van de bazen. Toen hij het onder de knie had begonnen de fusies, kwamen de interim-managers, generaals in een Mexicaans leger, en werden de tabellen en de querylanguage keer op keer vervangen: het prutsen aan zijn werk hield niet meer op. Zijn vragen aan de database resulteerden in balansposten die op gespannen voet stonden met de waarheid en een volgelopen tussenrekening.

Kon ik maar naar Panama, dacht hij.

 

Zeg altijd gedag…

Zeg altijd gedag…

Gisteren schreef ik in mijn blog Kunnen we in Zutphen schroeven met moeren maken en verpakken dat Laura Brussel bezocht aan de vooravond van de aanslagen op 22 maart. Vanmorgen bracht ik haar naar het station waar ze de intercty naar Arnhem nam om daar over te stappen op de internationale trein naar Frankfurt am Main. Daar ontmoet ze de komende dagen haar Italiaanse, Litouwense, Duitse en Oostenrijkse collega’s waarmee ze werkt in het Europese project Active 80+.
De afgelopen dagen zat Laura vooral gebogen over haar MacBook en had weinig oog voor haar omgeving: de Kunst van het afraffelen verstaat ze niet; vanmorgen stond ze vroeg op: de uitnodigingen voor een bijeenkomst in het Akousticum in Ede moesten de deur uit; op de valreep dronk ze een snelle espresso met schoondochter Inger.
Wat moet een reiziger zonder Hanzebollen van Van Rooijen, dacht ik, klom op mijn fiets en nam de lange route over de Zaad- en Houtmarkt naar mijn favoriete bakker. Bijna €4,00 armer, maar zes bollen rijker reed in terug door de Rode Torenstraat. Voor ik op mijn fiets sprong was ik vergeten Laura gedag te zeggen. Ik, die zo vaak zeg: vergeet nooit je lief gedag te zeggen; misschien wacht je op je weg een ongeluk, misschien wordt je lief tijdens je afwezigheid met gillende sirenes weggebracht. Ik beging die doodzonde. Twee weken na de aanslagen in Brussel, twee weken nadat Laura’s collega uit Riga tien minuten nadat de bom afging aankwam op Zavethem.
Mij overkwam onderweg niets en toen ik mijn huis aan de Proostdijsteeg weer binnenliep legde Laura de allerlaatste hand aan haar uitnodiging. Toen ik haar zag dacht ik: straks sta ik met jou op het perron, straks omhels ik je.
Het liep anders.
Mijn rug ging eraan en ik kon niet veel meer dan Laura in de auto naar het station brengen. Bij onze auto namen we afscheid. Ze moest zelf haar koffer uit de auto tillen. Ik heb haar nagekeken tot ze het stationsgebouw binnenliep. Ik was blij dat ze zich omdraaide en naar me lachte.

Mijn lijf according to Tanita

Mijn lijf according to Tanita

Mijn aangeklede massa is 95,4 kg; naakt zou het 94,4 kg zijn. Ik besta voor 23,7% uit vet en sleur dus elke dag 22,6 kg vet met me mee. Mijn spieren wegen 69,2 kg, mijn botten wegen 3,6 kg.
Volgens de dames of heren van Tanita, de makers van de Body Composition Analyze SC–330 ben ik metabolisch gezien 53 jaar.
Ze zeggen ook dat ik teveel vet rond mijn organen meedraag. Dat lijkt me goed geschat: als ik zit knelt mijn broekband.
Niks doen en toch energie verbruiken: de meting zegt dat ik in rust 2.117 cal per dag verbrand.

Kijk ik naar mezelf in klei op de foto die Laura maakte, zie ik geen 53-jarige man, wel een man met een vetrol rond zijn middel die hem een beetje hindert in zijn bewegingen. Mijn dochter Ilja wil er wel wat aan doen, maar kan ik wel zo hoog springen?

Brief aan Dalem

Brief aan Dalem

Een van de schrijvers die bij mij op een voetstuk staan is A. Alberts. Het eerste boek van zijn hand dat ik las was De Vergaderzaal. Zoals vrijwel alle boeken van Alberts is het een dun boek. Het verhaal gaat over een man die niet thuis hoort in de wereld waarin hij verkeert. Zelf heb ik jaren tussen vergader- en papiertijgers mijn werk gedaan. Met plezier. Niet altijd, meestal wel.

Na het einde van mijn loopbaan als bankier schreef ik de hoofdpersoon uit De Vergaderzaal een brief.

De laatste meters van de kranteneter

De laatste meters van de kranteneter

In november 2015 deed ik mee aan de wedstrijd Zeer Korte Verhalen, een wedstrijd uitgeschreven door Nederland schrijft.

Mijn inzending De laatste meters van de kranteneter verhaalt over wat er gebeurde nadat de hoofdpersoon uit het verhaal De kranteneter van Jan Arends de deur bij zijn vriend achter zich dichttrok.

Lees hier De laatste meters van de kranteneter.

Kijk van Krol

Kijk van Krol

Je bent het product van je omgeving en jezelf. Het zijn de woorden van Gerrit Krol. Hij vat het woord product op als een wiskundige. In Beitelen aan de eeuwigheid schrijft hij daarover: ‘je leven dat is A en je omgeving is B en het product AB is je ontwikkeling.’ Die ontwikkeling vindt plaats binnen de wereld waarin het lot je heeft geplaatst. Je groeit, maar je wereld, en dat is weer de opvatting van Krol, groeit niet met je mee. Naarmate je ouder wordt, wordt die wereld steeds kleiner. Aan het slot van zijn redenering komt Krol tot de volgende slotsom: ‘de waarde die (een mens) vertegenwoordigt in de samenleving is, elk moment, gelijk aan het product van (zichzelf) en (zijn) omgeving, minus de omgeving die (hij) voor (zichzelf) opeist.’ Mensen leven in groepen, mensen leggen beslag op hun omgeving. Mensen delen de wereld met elkaar. Waar de een is kan de ander niet zijn. Krol zet het in een paar regels neer, tijdens een rit in de trein.

Hij stelt de vraag of iemand moet betalen voor de plaats die hij inneemt. De prijs die Krol voorstelt is de waarde die hij vertegenwoordigt. Het is de Kijk van Krol op het ouder worden. Ik ga mee in zijn illusie, zo noemt hij het zelf, en denk: naarmate je ouder wordt krimp je , waarmee je een deel van je omgeving afstaat aan anderen, om niet te zeggen maak je plaats voor anderen; of: je hebt betaald voor je voetafdruk en je krijgt in de vorm van zorg en toewijding iets terug wanneer jouw voetafdruk kleiner wordt.

Er zijn mensen met een tamelijk grote schoenmaat en lompe voeten, mensen die beslag hebben gelegd op nogal veel omgeving en daarbij ook nog eens hun voeten niet al te bedachtzaam hebben neergezet. Bankiers bijvoorbeeld. Hun sporen zijn nog steeds zichtbaar, je hoeft er niet eens zo goed voor om je heen te kijken. Ik vrees dat de voetafdrukken van onze ‘toppers uit de financiële wereld’ voorlopig niet zullen krimpen, ze zullen er in ieder geval hun best voor doen om dat te voorkomen.

Terwijl ik het opschrijf zie ik Ebenezer Scrooge uit A Christmas Carol van Charles Dickens voor me: een voorbeeld uit de literatuur van iemand met een voetafdruk die pas ging krimpen toen hij van een kille persoonlijkheid veranderde in een genereuze en behulpzame. Zo blijf je hopen. Goed dat er literatuur is.